Dyslexie
|
Heeft U een vraag? |
|
Handelen |
||
Problemen met dyslexie in het bedrijfsleven.
Terug naar de homepage EGES.nl
Om te kunnen vaststellen of iemand dyslectisch is moet duidelijk zijn wat we hieronder verstaan. Uitgaande van recente wetenschappelijke publicaties hierover kan worden gezegd dat een dyslecticus altijd problemen heeft met:
Wanneer er problemen zijn op het gebied van lezen en spellen hoeft iemand dus niet altijd dyslectisch te zijn. Ook andere oorzaken zijn mogelijk. Bijvoorbeeld:
Het klinkt vreemd
om iemand dyslectisch te noemen, die nog niet heeft leren lezen. Toch zien we
bij kleuters, waarbij later dyslexie blijkt, al
bepaalde kenmerken:
Bij het leren
lezen zien we bij dyslectici het volgende:
In de periode na
het leren lezen speelt, naast de leestechniek, ook het begrijpen van de tekst
een belangrijke rol. Bij dyslectici zien we de volgende problemen veel
voorkomen:
Foutloos
schrijven is voor dyslectici nog moeilijker dan lezen. Belangrijke kenmerken
zijn:
Ook bij het leren
van andere vakken kunnen dyslectici problemen hebben, bijvoorbeeld:
Het verschijnsel
dyslexie wordt in verschillende takken van de wetenschap wereldwijd onderzocht.
Zowel neurologen, neuropsychologen als leertheoretici houden zich ermee bezig.
Bij de neurologie gaat het om onderzoek naar lichamelijke oorzaken van dyslexie zoals
hersenstructuur en erfelijkheid. De neuropsychologie
onderzoekt de hersenactiviteiten.
De leertheoretici bestuderen binnen dit kader o.a. de
kenmerken van het leren in het
algemeen en die van het lezen en spellen in het bijzonder.
Vroeger werd
iedereen met ernstige lees- en spellingproblemen wel dyslectisch genoemd. Ook
werd wel eens een relatie gelegd tussen problemen met de motoriek of
oogafwijkingen en dyslexie. Misverstanden blijven vaak lang bestaan en steken
steeds weer de kop op. Mede hierdoor is er nog veel onbegrip rond dyslexie en
bestaan er nog hardnekkige 'dwaalwegen' en bloeit
het 'alternatieve circuit'.
Onze adviezen zijn
uitsluitend gebaseerd op de leertheoretische benadering. Onderzoek en
behandeling zijn daarom altijd procesgericht.
Wanneer uit
onderzoek blijkt dat we te maken hebben met een dyslecticus stelt de begeleider
een plan op. In het plan staan aanwijzingen gericht op lezen, spellen en andere
vakken.
Het accepteren
van de problemen van de dyslecticus vormt de basis voor elk handelingsplan.
Dyslectici blijven immers altijd op de een of andere manier moeite houden met
onderdelen van de leerstof. Het is heel belangrijk dat de dyslecticus en de omgeving weten, dat er
bepaalde problemen zijn als gevolg van dyslexie.
Naast acceptatie
is het begrijpen van de problemen van de dyslecticus de basis voor het handelen. Dit geldt zowel voor de persoon
zelf als voor de leerkracht en de omgeving.
Belangrijke hulp
die dyslectici kunnen krijgen is gericht op het omzeilen van hun problemen. Dat
wil zeggen dat ze gebruik leren maken van hun
sterke kanten om problemen te vermijden of verminderen. Zo kunnen
bij het aanleren van de lettertekens plaatjes en gebaren tot steun worden
gegeven.
Voor bepaalde
taken krijgt een dyslecticus dispensatie in de vorm van minder werk maken, meer
tijd hebben of iets niet hoeven doen.
Tenslotte voorziet het plan in aangepaste oefeningen en werkvormen om problemen
bij lezen en spellen te verminderen.
Bij het
ontdekken, onderzoeken en behandelen van dyslexie wordt, vanuit het zogemaande
FIK-2 principe, gekeken naar de volgende vijf gebieden:
Het
kernprobleem van dyslexie is het
verwerken van klanken en tekens van de taal: de fonologische verwerking.
Er
zijn zowel intelligente als niet intelligente dyslectici. De eersten hebben
vaak zelf allerlei trucs bedacht om met
de dyslexie om te gaan of hun problemen te verbergen. Wanneer de dyslecticus
bovendien normaal intelligent overkomt, verwacht je geen problemen bij lezen en
spellen. Een dyslecticus presteert bij bepaalde taken altijd onder het
verwachte niveau.
De
meeste dyslectici hebben gebrek aan
voldoende kennis bij het lezen en spellen. Bovendien kan ook kennis bij andere
vakken tegenvallen (bijvoorbeeld bij rekenen).
Kennis,
die wel aanwezig is, past de dyslecticus niet altijd toe. Die kennis is dan niet goed geautomatiseerd.
Dyslectici
zijn lezen en schrijven vaak vervelend gaan vinden. Bovendien zijn veel lees- en schrijftaken erg ingewikkeld en complex voor
hen. Mede hierdoor ontstaan problemen in de werkhouding.
Voor leerkrachten
en begeleiders zijn deze vijf gebieden erg belangrijk bij het ontdekken en
onderzoeken van dyslexie.
Afgekort vormen ze het FIK-2 principe, waarbij de F(fonologische
verwerking), de K(kennis verwerven) en de T(toepassen van
kennis) probleemgebieden zijn voor elke
dyslecticus. Van de andere twee aspecten kan worden gesteld, dat de I(intelligentie)
handig is bij de behandeling en de W
(werkhouding) veelal negatief beïnvloed
wordt door problemen vanwege de dyslexie.
Het FIK-2
principe en de bijbehorende materialen worden vanaf 1993 op basis van de
bestaande wetenschappelijke, leertheoretische inzichten ontwikkeld door Sytske
Aukes en Simon Eg, werkgroep 'Dyslexie' van de SBD Kop van Noord-Holland
(bestaat niet meer).
Er zijn materialen ontwikkeld voor signalering, onderzoek en behandeling voor
jonge kinderen (kleuters) tot en met leerlingen in de brugklassen van het
Voortgezet Onderwijs.
De ideeën zijn en
worden nog
steeds verder ontwikkeld door Dyslexiecentrum EGES.
Dyslexiecentrum EGES verzorgt voorlichting en begeleiding aan
instellingen en ouders. Dat geldt ook voor volwassenen en bedrijven.
EGES richt op de verschillende
aspecten van dyslexie.
Begeleiding.
Een van onze
taken is het helpen bij een goede aanpak van dyslexie.
Bij een vermoeden
van dyslexie wordt eerst onderzoek gedaan. Hieruit blijkt of iemand inderdaad
dyslectisch is of dat er sprake is van een andere oorzaak van de gesignaleerde
problemen. Ook geeft het onderzoek zicht op de meest zwakke en de sterkere
kanten van de persoon.
De begeleider is
daarna ook behulpzaam bij het opstellen van een plan van aanpak: het
handelingsplan.
Individuele
begeleiding is vaak het verlengstuk van de begeleiding van de instelling.
Andersom komt ook voor; het een kan doorgaans niet zonder het ander. Een goede
begeleiding van een dyslecticus vergt een brede aanpak. Van groot belang
hierbij is de afstemming tussen leerkracht, leerling en ouders. Hierbij kan de
schoolbegeleider een grote steun zijn.
De meeste
schoolbegeleidingsdiensten verzorgen cursussen voor leerkrachten en interne
begeleiders in het basisonderwijs.
Didactisch Adviesbureau EGES verzorgt voor
verschillende andere doelgroepen cursussen, ook voor volwassenen en bedrijven.
Hierin worden vooral praktische zaken overgedragen. Met name
begrip, acceptatie en structurele aanpassingen komen aan de orde. Vraag
vrijblijvend naar de mogelijkheden (
Voor ouders van
dyslectische kinderen is het belangrijk de problemen van hun kind te begrijpen.
Hierin kan onze cursus voor ouders van dyslectische kinderen een grote waarde
hebben. Wellicht ook bij U in de buurt.
Deze folder kan ook in Word voor Windows worden opgehaald door één klik op de muis.
|
|
Informatie en offertes kunnen worden
aangevraagd bij Didactisch Adviesbureau EGES |
ã2007 Simon Eg, EGES Kvk 37082717