Klanken benoemen

Gooi met een bal over en weer, noem bij het gooien een woord. Degene die de bal vangt mag alleen de klanken benoemen die je in het woord hoort. Bijvoorbeeld: ‘spelen’; de klanken zijn ‘ee’, ‘uh’ of ‘kabouter’; de klanken zijn ‘aa’, ‘ou’, ‘uh’...